WineTales: De truc met de kleine wijnflesjes

De truc met de kleine wijnflesjes zal uw wijnliefhebbersleven misschien veranderen. Het principe is eenvoudig: giet wijn uit een wijnfles van 75 cl, bijvoorbeeld restjes na een maaltijd of proeverij, over in een glazen flesje van 37,5 cl, 25 cl of kleiner, afhankelijk van de hoeveelheid. Vul het flesje helemaal tot aan de rand, sluit het en bewaar het in de koelkast.

Rode of witte wijn, het maakt niet uit. De wijn zal, afhankelijk van de soort, gemakkelijk een week en soms zelfs een paar maanden, goed blijven. Neem bij voorkeur een flesje dat sluit met schroefdop. Ik gebruik ook 25 cl flesjes van Schweppes omdat Vinolok-afsluitingen (glazen wijnstoppen) er toevallig perfect op passen. Spreekt voor zich dat je de flessen eerst grondig reinigt met warm water. Er zullen na verloop van tijd verschillende flesjes in de koelkast steken dus schrijf er best de naam van de wijn op, bijvoorbeeld met kalkstift.

Ondertussen heb ik heel wat positieve ervaringen met deze bewaringsmethode. In het begin gebruikte ik de kleine flesjes alleen om wijnrestanten van proeverijen te bewaren. Dit bleek efficiënter en betrouwbaarder dan systemen om lucht uit de fles te pompen via een rubberen stop, spuitbusjes met inert gas of andere bewaringsinstrumenten die op de markt zijn zoals AntiOx van Pulltex. Coravin werkt natuurlijk prima maar is veel te duur voor een consument zoals ik. Voor sommeliers, wijnhandelaars of mensen die wekelijks Mouton Rothschild of DRC drinken is het evenwel een aanrader. Tegenwoordig maak ik regelmatig gebruik van kleine flesjes. Zo kan ik op een avond gemakkelijk van twee verschillende wijnen genieten. Onmiddellijk na  het openen van deze flessen giet ik wijn die ik teveel heb, over in kleine flessen om het contact met zuurstof tot een minimum te beperken. Die wijnen drink ik een van de volgende weken wel eens. Het flesje rode wijn uit de koelkast kan gemakkelijk op temperatuur gebracht worden door het in lauw water te dompelen. 

Door het overgieten in een klein flesje krijgt de wijn een dosis zuurstof te verwerken. Vandaar het belang van het koelen van de wijn: dat vertraagt het oxidatieproces aanzienlijk. Eenmaal de wijn deze zuurstof geassimileerd heeft, oxideert ze niet verder en blijft ze vrij stabiel. Fragiele, reductief gemaakte witte wijnen, type Sauvignon Blanc of Muscat, die weinig zuurstof verdragen, drinkt men best op binnen de week. Rode wijnen met veel tannine houden het veel langer uit en worden vaak beter. In feite is het overgieten in een flesje een vorm van karafering, een voorzichtige dan wel. Oxidatief gemaakte wijnen maar ook jonge Chenin of Riesling kunnen verrassend evolueren. Onlangs opende ik een rode vin naturel, hij stonk en ook in mond waren de aroma’s uit balans. Ik goot de wijn in 3 kleine flesjes van 25 cl en opende ze na een paar dagen: de wijn was nu wel evenwichtig en veel lekkerder. De methode werkt ook bij wijnen die zoveel reductieve aroma’s hebben (gelijkt op rioolgeur) dat zelfs karaferen de vervelende geur niet doet verdwijnen. Voor oude wijnen en schuimwijnen is de methode van de kleine flesjes niet geschikt.

Voor mensen die zichzelf op vlak van wijn willen rantsoeneren, zijn de flesjes een opportuniteit. Elke dag een klein flesje bijvoorbeeld, alleen of met zijn tweetjes. Een fles wijn is bij sommige mensen net als een zak chips: als de zak open is, moet hij ook op. Met flessen van 75 cl kan dat wel eens tot overdaad leiden. Leuk wordt het als er wijnvrienden langskomen. Dan kan je verschillende flesjes uit de ijskast samen doorproeven. Blinderen van de fles is niet nodig.

Deze wijncolumn verscheen eerder in het magazine Perswijn.