WijnTales: (Post)modern wijnproeven

Het filosoferen over wijn verbreedt en bevrijdt de wijnbeleving. Zoals men onderscheid maakt tussen moderne en postmoderne wijsgeren, zo kan men verschil zien tussen modern en postmodern wijnproeven.

Modern wijnproeven houdt in dat we geuren, smaken, druiven en terroirs proberen te identificeren. Het ideaal is een correcte identificatie gevolgd door een heldere communicatie van de bevinding. De wijnexpert geeft in alle ernst een systematische beschrijving en velt een gefundeerd kwaliteitsoordeel. Hij zoekt naar orde en klaarheid. Vergissingen, bijvoorbeeld sauvignon zeggen als het chardonnay is, worden onwillekeurig verbonden met een tekort aan ervaring of bekwaamheid. Hij of zij streeft Waarheid na, maakt beweringen die niet alleen vandaag gelden maar die ook morgen en overmorgen juist zijn. Een wijn die 95/100 in blindproeverij a kreeg, moet een uur later in blindproeverij b ook ongeveer 95/100 krijgen en wat de eerste keer naar cassis geurde, moet ook de tweede keer naar cassis geuren. Een absoluut te vermijden euvel is een wijn de ene dag bestempelen als uitmuntend en de andere dag als ondermaats. Moderne wijnprofessionals vertrouwen op hun consistente proefvermogen, streven objectiviteit na en prefereren consensus. De verworven kennis wordt verspreid via ondubbelzinnige teksten en tabellen. Cabernet sauvignon proeft zo, Beaujolais is te herkennen aan dit en dat en terroirs met leisteen geven een kenmerkende mineraliteit. Moderne wijnliefhebbers zoeken tijdens het genieten van de wijn naar verbanden en herkenningspunten. Ze systematiseren en bouwen algemene kennis op. Ze houden van classificaties, terroirs, appellaties, wetenschap, handboeken en wijnonderwijs. Ontgoocheling ontstaat als ze een wijn verkeerd identificeren, bijvoorbeeld een Chianti als een Bordeaux thuisbrengen.

Postmoderne wijnproevers houden van de illusies inherent aan de wijnbeleving. Proefnotities en wijnbeoordelingen worden verwelkomd als contextueel en individueel bepaalde creaties. De ene dag zijn ze zo, de andere dag anders. Dat wordt niet als een probleem ervaren. Immers, in de ogen van de postmodernist zijn wijnproevers geen stabiele ijkpunten. Elke beleving van een aroma  is een subjectieve interpretatie die afhankelijk is van de context: de stemming, het gezelschap, de achtergrondmuziek, het weer, de wijn die men ervoor dronk. Postmoderne proevers houden niet zo van bovengenoemde identificaties. Ze verwonderen zich liever over de merkwaardige heterogeniteit van wijnen, los van gedefinieerde druivenrassen en terroirtypiciteit. Proefnotitie of quotering zijn nauwelijks belangrijk. De emotie en de uitwaaierende dialogen tijdens het proeven van de wijn des te meer. Dissensus is voor hen boeiender dan consensus, chaos interessanter dan orde en vaagheid leuker dan klaarheid. Postmodern wijnproeven is een doelloos spel dat taal laat cirkelen boven die fascinerende werkelijkheid die wijn heet. Het is een fragmentarische aangelegenheid, een nooit op dezelfde manier te herhalen hedonistische activiteit, een vluchtig unicum. Postmoderne wijnproevers houden van atypische cuvées, onherkenbare druivenrassen, onvoorspelbare terroirs, ontluisterende blindproeverijen en snijdende kritiek op traditioneel wijnonderwijs en absolute waarheden.

Ik vind postmodern wijnproeven pas echt boeiend worden als men het moderne wijnproeven ‘beheerst’ en even loslaat. De twee vormen van wijnproeven zorgen samen voor een nog rijkere wijnbeleving.