De Psychologie van het Wijn Proeven deel 4: zijn wijnbeschrijvingen zinvol of gewoon blabla?

Kleurrijke wijntaal is pas ontstaan in de jaren 70 en 80 van vorige eeuw. Wijnliefhebbers en ook doordeweekse wijndrinkers zijn gewend geraakt aan wijnbeschrijvingen met manden vol fruit, ruikers bloemen en de meest diverse noten en kruiden. Maar zijn deze wijnbeschrijvingen wel zinvol of is het gewoon allemaal blabla?

Adrienne Lehrer, een Amerikaanse professor in de linguïstiek, doet in haar boek Wine & Conversation uitgebreid verslag van experimenten rond taal en wijn.
Lehrer vraagt zich af in hoeverre mensen overeenkomen in het beschrijven van een wijn. Zeggen die beschrijvingen iets over de wijn of eerder iets over de persoon die ze maakt? Om dit uit te zoeken, vraagt ze proefpersonen om in een lijst van woorden (die zijn geselecteerd uit wijnliteratuur) de geschikte termen voor een wijn te omcirkelen. Bij mensen zonder wijnopleiding is er bijzonder weinig overeenkomst tussen wat ze omcirkelen. Bij wijnexperts is dat beter, maar niet geweldig. Beide groepen wordt ook gevraagd om in een reeks wijnen een specifieke wijn terug te vinden op basis van de proefnotitie van een collega-proever. Dat lukt echter niet. Experts herkennen de wijn zelfs niet op basis van proefnotities die ze een week ervoor zélf schreven. Alleen in specifieke gevallen lukt het beter, namelijk wanneer experts wijntypes te proeven krijgen waarmee ze ervaring hebben en ze bovendien kleurbeschrijvingen mogen gebruiken. De algemene conclusie van Lehrer is dat wijnbeschrijvingen persoonlijk en tijdsgebonden zijn, en zeker geen objectief verslag.

Geurige taal

Geuren benoemen met woorden is moeilijk, zeker als je dat niet gewend bent. Sommige onderzoekers zien een verband met de structuur van de hersenen: taal en benoemen zijn iets van de linkerhersenhelft, geur is iets van de rechterhersenhelft. Maar volgens neurowetenschapper Gordon Shepherd heeft de moeilijkheid van het benoemen eerder met de complexiteit van de geur van wijn te maken. Complexe visuele en auditieve patronen (iemands gezicht, experimentele muziek) zijn immers ook moeilijk in woorden uit te drukken. Daar staat tegenover dat het determineren van eenvoudige geuren net zo lastig kan zijn: probeer maar eens blind de geur van een banaan te herkennen.

In het vermogen tot geurherkenning speelt daarnaast een culturele component mee: proefpersonen uit niet-Westerse culturen waar herkenning van geuren in het dagelijks leven belangrijk is, doen het in geurbenoemingstaken­ duidelijk beter. Ook wijn­professionals leggen door veel te oefenen gemakkelijker verbindingen tussen geuren en taal.

Gedeelde woordenschat is nodig

De ongetrainde wijnproevers uit de experimenten van Lehrer vallen op door hun gestuntel in het verbaliseren van geuren en smaken. Ze hebben niet alleen moeite om woorden te vinden, maar ook om overeenstemming te bereiken over wat een woord precies betekent. Lehrer ontdekte twee specifieke bronnen van die onenigheid tussen amateurproevers. De eerste bron zijn termen die een gradatie inhouden, zoals sterk, licht, krachtig, bitter, zuur of zoet. Bij gebrek aan een ijkpunt is wat voor de een zuur is voor de ander gewoon fris. De tweede bron is persoonlijke voorkeur. Veel wijnwoorden drukken een waardering uit en die verschilt van persoon tot persoon. Neem bij­voor­beeld “gebalanceerd, elegant en harmonieus” of “onzuiver, ruw en onevenwichtig”. De belangrijkste oorzaak van de onenigheid is volgens Lehrer echter fundamenteler, namelijk de aanzienlijke verschillen tussen proevers in geur- en smaakgevoeligheid (zie hierover eerdere delen van deze reeks).

Maar als iedereen anders proeft en ruikt, hoe verklaar je dan dat professionals gemakkelijker overeenstemming bereiken over de beschrijving van een wijn? Dat zit zo. Wijnprofessionals en getrainde wijnliefhebbers krijgen tijdens hun opleiding een uitvoerige introductie tot de woordenschat van de wijn. Wijnartikelen en wijnboeken bieden een referentiekader, een soort consensus over hoe een bepaald type wijn smaakt en welke woorden je daar het best voor kunt gebruiken. Tijdens een wijnopleiding leert de cursist een bepaalde geur als zwarte bes te benoemen, ook al wordt die geur binnen de smaakgewaarwording van de cursist misschien eerst anders ervaren.

Wijntaal

Het sociale leerproces tijdens zo’n opleiding maakt dat verschillende geurpercepties naar elkaar toe groeien: mensen leren elkaar begrijpen en met elkaar communiceren; ze leren dezelfde wijntaal. Die taal heeft naast haar verwijzingsfunctie (het analyserend benoemen van wijnkenmerken) ook andere functies, die minstens even belangrijk zijn: het ontwikkelen van een sociale band tijdens het wijndrinken (sociale functie) en het met elkaar delen van subjectieve smaak- en geurbelevingen (communicatieve functie). Wijnproevers die jarenlang samen wijnen proeven, beginnen op elkaar te lijken qua wijnwoordenschat. Leden van de ene wijnproefgroep zijn goed in het verwoorden van geuren zoals tabak, vlees en buxus, leden van de andere spreken meer over kaas, boter en yoghurt. In de experimenten van Lehrer bleek dat wijndeskundigen die vaak samen proefden het meest overeenkwamen in hun beschrijving van een wijn.

Als het de bedoeling is om te komen tot wetenschappelijk exacte wijntaal zonder dubbelzinnigheden, dan moet ik teleurstellen: gezien de subjectiviteit van onze geur- en smaakperceptie en het gebrek aan strenge definitie van wijntermen is dat onmogelijk.

Taal kleurt het aroma

De vraag is vervolgens of taal invloed heeft op hoe we de wereld percipiëren of beleven. Sommige taalfilosofen en -wetenschappers denken van wel. Inuit bijvoorbeeld ontwaren in de kleur van sneeuw verschillende nuances die wij niet vanzelf waarnemen. Dergelijke differentiaties kunnen Inuit maken omdat ze er de woorden voor hebben. In wijnonderwijs vindt iets vergelijkbaars plaats: door samen te proeven en te benoemen, kun je leren om geuren die je eerder niet kon onderscheiden aan te wijzen en te benoemen.

Het aanleren van wijntaal heeft daarom niet alleen als gevolg dat we op een afgesproken manier met elkaar communiceren over een wijn. Wijntaal bepaalt tegelijkertijd ook de aard van onze beleving van een wijnaroma. De taal vormt en kleurt de wijn. Chinese wijndeskundigen bijvoorbeeld zullen wijnen op een andere manier beschrijven, en dus waarnemen, dan Europeanen. Niet alleen hebben ze een andere taal om geuren van elkaar te onderscheiden, ze hebben ook andere geurreferenties: andere kruiden, andere soorten fruit, andere voorkeuren.

Blabla?

Ook amateurwijnproevers en gewone wijndrinkers maken via reclame en allerlei media kennis met wijntaal, en dat beïnvloedt hun wijnervaring. Sommige mensen vinden dat hele wijntaalgedoe maar niks. Voor hen speelt alleen de vraag: is een wijn lekker of niet? De rest is irritante blabla. Ikzelf vind dat wijntaal onze wijnbeleving en ons samenzijn rond wijn alleen maar rijker maakt. Om te communiceren tijdens het wijnproeven mogen alle talige middelen uit de kast worden gehaald, van analytische wijntaal tot de creatiefste taalkronkels. We cirkelen met taal rond iets dat moeilijk te verwoorden is. En we genieten daarvan. Dé juiste beschrijving van een wijn bestaat niet.

(Dit artikel verscheen eerder in het wijnmagazine Perswijn #4 2019)

foto SG